Rapport, voortschrijdend gemiddelde
Elke leerling ontvangt 4x per jaar een cijferrapportage. Op het rapport staat voor elk vak een voortschrijdend gemiddelde van alle cijfers die in de voorgaande periode(s) zijn gehaald. Het cijfer wordt uitgedrukt in een schaal van, voor de onderbouw 3 t/m 10 en voor de bovenbouw in een schaal van 1 t/m 10 op 1 decimaal nauwkeurig. Het vierde rapport wordt uitgedrukt in hele cijfers. In de bovenbouw wordt naast het rapport een overzicht schoolexamens verstrekt. In klas 6 krijgen leerlingen geen rapport meer, maar alleen een overzicht schoolexamens.
Afronding
Voor de afronding geldt de volgende regel: Indien het voortschrijdende gemiddelde geen geheel getal is, wordt dat getal indien het eerste cijfer achter de komma een 4 of lager is, naar beneden afgerond en indien dat cijfer een 5 of hoger is, naar boven afgerond. Dus: 5,49 wordt 5, en 5,50 wordt 6.